- 25 augustus 2026
- | Bron: Projecto
Bouwbarometer voor het eerst sinds 2022 weer positief
Bouwkmo's zien eerste tekenen van herstel, maar blijven voorzichtig
Voor het eerst sinds 2022 kleurt de Bouwbarometer van Bouwunie opnieuw positief. De conjunctuurindicator stijgt in het tweede kwartaal van 2026 naar 100,1, tegenover 98,8 in het eerste kwartaal, en komt daarmee boven de neutrale grens van 100 uit. “Onze bouwbedrijven staan sinds lang opnieuw positief tegenover de toekomst”, zegt Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie. Vooral de activiteit, werkvoorraad en winstgevendheid verbeteren. Toch blijft de onzekerheid groot: het vertrouwen in de economie is laag en heel wat ondernemingen hebben nog onvoldoende ruimte om te investeren.
Meer werk in de pijplijn
De vraag naar bouw- en verbouwprojecten is licht verbeterd tegenover het eerste kwartaal. Iets meer dan de helft van de bouwondernemers (52%) is tevreden over de vraag naar zijn diensten, terwijl één op vijf ontevreden is.
Ook de werkvoorraad evolueert gunstig. Nog 37% van de aannemers heeft minder dan drie maanden werk in portefeuille, tegenover 41% in het vorige kwartaal. Tegelijk beschikt 20% van de ondernemingen over meer dan zes maanden werkvoorraad. In het eerste kwartaal was dat nog 15%. Daarmee keert de sector terug naar het niveau van midden vorig jaar.
Rendabiliteit veert op
Ook op het vlak van winstgevendheid is er beterschap. Voor het eerst sinds geruime tijd is een duidelijke verbetering zichtbaar: 42% van de bouwondernemingen is tevreden over de winstgevendheid van zijn bedrijf, terwijl 24% ontevreden is. In het eerste kwartaal was nog een derde van de ondernemers ontevreden over de rendabiliteit.
63% van de bouwbedrijven werkt met winstgevende prijzen
De prijszetting ondersteunt die positieve evolutie. Bijna twee derde van de bedrijven (63%) geeft aan momenteel met winstgevende prijzen te werken. Een derde draait break-even en slechts 4% werkt verlieslatend.
De impact van het conflict in het Midden-Oosten blijft voor de meeste ondernemingen beperkt. Hoewel 79% een licht negatieve impact ondervindt door hogere energie- en transportkosten, vertaalt die zich voorlopig niet in een sterke verslechtering van de rendabiliteit.
Vertrouwen blijft broos
De betere bedrijfsresultaten nemen de economische zorgen niet weg. De helft van de ondernemers (51%) is ontevreden over de economische situatie binnen de bouwsector. Slechts 11% is daar tevreden over.
Ook over het algemene economische klimaat blijft het pessimisme overheersen. Zo verwacht 56% van de bouwondernemers een negatieve economische evolutie in de komende maanden. Toch is ook daar enige verbetering merkbaar: in het eerste kwartaal ging het nog om 67%. Het aandeel optimisten verdubbelt bovendien van 5% naar 10%.
De economische onzekerheid blijft daarmee groot. Vooral de investeringsbereidheid van gezinnen en bedrijven en de algemene economische vooruitzichten baren ondernemers zorgen.

Financieel iets meer ademruimte
De financiële weerbaarheid van bouwbedrijven trekt licht aan. Bijna de helft van de ondernemingen (46%) verwacht de komende maanden zonder problemen aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Het aandeel ondernemers dat financiële moeilijkheden verwacht, daalt van 20% naar 14%.
Investeren blijft daarentegen moeilijk. Meer dan een derde van de bedrijven (35%) verwacht onvoldoende ruimte te hebben voor nieuwe investeringen. Slechts 30% ziet voldoende investeringscapaciteit. Dat helpt verklaren waarom het vertrouwen in een duurzaam herstel voorlopig beperkt blijft.
Personeelsbestand blijft stabiel
Op de arbeidsmarkt zijn weinig grote verschuivingen te verwachten. Meer dan acht op de tien ondernemingen (83%) verwachten hun personeelsbestand de komende maanden ongewijzigd te houden. Slechts 9% voorziet een uitbreiding, terwijl 8% rekening houdt met een afname.
Ook de inschatting van de eigen concurrentiekracht blijft relatief stabiel. Slechts 13% beschouwt zijn concurrentiepositie als zwak, tegenover 22% die zich sterk gepositioneerd voelt.
Voorzichtig de goede richting uit
De Bouwbarometer van het tweede kwartaal wijst erop dat de terugval van begin 2026 voorlopig tot stilstand komt. Meer activiteit, een betere werkvoorraad, een hogere winstgevendheid en een sterkere financiële weerbaarheid tillen de barometer opnieuw boven de grens van 100.
“We spreken liever van een voorzichtig optimisme. De situatie blijft broos. Er is niet veel nodig om het tij te doen keren.”
Het pessimisme over de economie blijft groot en de investeringscapaciteit staat onder druk. De komende kwartalen zullen moeten uitwijzen of de huidige verbetering het begin is van een duurzame heropleving of slechts een tijdelijke opstoot. “We spreken liever van een voorzichtig optimisme. De situatie blijft broos. Er is niet veel nodig om het tij te doen keren”, nuanceert De Hondt.
Bouwunie stelt de Bouwbarometer sinds 1996 op als conjunctuurindicator voor Vlaamse kmo-bedrijven en zelfstandige ondernemers uit de ruime bouwsector, waaronder ruwbouw, afwerking, installaties en infrastructuurwerken. Een waarde boven index 100 wijst op een positief evoluerende conjunctuur, terwijl een waarde onder 100 op een negatieve evolutie duidt.
Bouwunie ziet in het huidige momentum ook een kans om het herstel verder te ondersteunen. De organisatie pleit onder meer voor een btw-verlaging op nieuwbouw naar 12% voor de bouw en aankoop van de enige en eigen woning. Ook woningen die minstens vijftien jaar aan een natuurlijke persoon worden verhuurd, zouden volgens Bouwunie onder dat tarief moeten vallen.
De enquête voor de huidige Bouwbarometer werd in juni 2026 via Medallia Agile Research afgenomen bij een vast panel van Vlaamse bouwkmo's. Daardoor kunnen resultaten doorheen de tijd worden vergeleken en evoluties worden opgevolgd. Sinds het eerste kwartaal van 2026 wordt gewerkt met een gemoderniseerde vragenlijst. De berekeningswijze en schaal van de index bleven behouden, waardoor de resultaten vergelijkbaar blijven met de historische reeks.